image-99
klaproos-2-134
Menu
klaproos-roderlangesteel-2-165
klaproos-roderlangesteel-2-165
Menu

De gehele theatertekst van Marije Idema

Op de vloer ligt een rubberboot, onopgeblazen.
Dan geeft het binnenkomende publiek aanwijzingen over waar ze moeten gaan staan of zitten, soms wisselt ze weer mensen om,verschuift ze totdat het voor haar gevoel precies goed staat.

Dan

dus 

dan ga ik maar

naar buiten

goeie moed – check

gezond verstand – check 

gevoel voor richting – check

handspiegel – check

om te zien of IK het echt ben 

met al dat buitenshuis om me heen

horizonkijker – check

vergezicht – check

dwaallicht – check

weg terug –

de weg te-rug 

die blijft thuis

als je veel binnen bent zie je de dingen

je zou denken ze wennen

de dingen

maar ze groeien en krimpen

ze verschuiven

of lopen weg

alles is een huis op zichzelf

ook ik

een huis

en vandaag is er een plan in mij

morgen verhuist mijn huis

zonder hebben en houwen

en muis en man

en huid en haar

ergens ben ik overal geweest

ik was op reis stap stap stap

en viel dan rechtop in de stoel in slaap

mijn rug stijf

hoofd van mijn nek gevallen

de zapper op de grond gegleden

maar

mijn kuiten vertelden dat ik was gegaan:

over de brug de berg de wegen

links

nog eens links

rechts

rusten

op een wegwijspaddestoel

en na de reclame door en door

discoverychannel

national nog iets 

ontdek-je-plekje

met een druk op de knop van kanaal naar kanaal

over zeeën vol met vissen

vanuit vliegtuig en in vogelvlucht

de grenzen over

en als ver weg mij begint te vervelen 

sta ik vlak langs mijn gordijn

en door het grote glas boven mijn vensterbank 

vang ik een glimp op van een fiets met hangslot

een hond die vies zijn rug kromt 

en een plastic tas die tolt in de wind

en, heel groot ineens, komt er een bus voorbij

Door het raam zien we een schim, het is Als, ze danst

Dan

jíj staat niet op mijn programma

wat doe jij hier?

moet je niet buiten spelen?

kom je op de ramen kloppen?

belletje trekken?

of ben ik soms je lieveling?

je hebt laatst door mijn ruiten naar binnen zitten gluren

ik heb de gordijnen dichtgetrokken

en drukte mijn lijf tegen de muur

mijn hart klopte als een bezetene

het riep me

We horen Als roepen

kijk naar mij !

Dan

ik legde mijn hand erop

en sloeg mij ogen op

ik kon het ik weet niet waar op mijn lichaam leggen

overal klopte het.

mijn hele lijf als een zwerende vinger.

Als 

klop klop!

wie is daar?

je harde hart 

van vurenhout

laat ’t branden

zwemmen

springen

breken

stilstaan of op hol 

of overslaan en overlopen

houdt het vast en maak het open

heb ’t lief dan raakt ‘t vol

Dan tegen Als

als ik ga

dan ga ik alleen

en wat achterblijft

dit huis

leef het uit

steek de fik er in

vier een feest

klim in de gordijnen

kijk eens door het raam naar buiten

in de holle ogen van de voorbijganger die je bent

Als zingt

pak me dan 

als je kan

kan me toch niet pakken

Dan is in de weer met de nog onopgeblazen rubberboot
En richt zich duidelijk tot het publiek

Dan

het lijkt me niet meer dan aardig dat ik jullie bedank 

bedankt 

met name en vooral toch jij, tv

al was je laatst wat doof

jij liet me een buiten zien, zo mooi 

jij hield van je kleuren en je sneeuw

en jij bij voorbeeld

stoel

jij hield mij vast 

jij trok me naar je toe als mijn vest aan je knopen bleef haken

ik kan beter alleen zijn dan jij

en jij weer beter samen

zorg goed voor klein tafeltje

die heeft nooit begrepen 

wat z’n voor – 

z’n achterkant is

zoals ik niet echt ken wat ik van binnen ben

zeg bezem

jij dacht natuurlijk

dat ik jou zou gebruiken, hè?

om de rest aan de kant te schuiven

kijk jullie nu ‘ns staan

klaar voor een groepsportret

wachtend 

altijd wachten opdat iemand je een plaats geeft

neerzet

ophangt

aanschuift

volstopt

ik heb mijn haar mijn leven lang bewaard

al mijn haar.

vlechten lagen in mijn lade

d’r is me nog wel eens een flinke duit geboden

voor een pruik denk ik

niks ervan

kon er kussentjes mee vullen

maar meestal keek ik er zo af en toe naar

of het de glans nog niet was verloren

of ik het was die daar lag

als je bewaart 

maak je nooit iets

niet stuk maar ook niet heel

niets geschapen

Dan gaat plots op haar knieën zitten en begint te bidden.
Als komt binnen.

Als

handjes vouwen ogen sluiten 

wat je wenst dat komt naar buiten

Als begint de boot op te pompen en neuriet “Hoofd schouders knieën teen knieën teen” of iets anders (on)toepasselijks.

Dan

ik heb God al eens ontmoet,

hij was als Elvis en ik troostte hem

een jong hart heeft moeite met roem,

al is alles eromheen zo wijs als wat.

zó treurig was ie, 

dat hij alleen nog om andermans grapjes kon lachen, 

héél zacht.

God was een muisje.

gestorven in een gasfornuis.

gelukkig zijn muizen nooit alleen,

zie je er één dan heb je er honderd

en God kwam uit een groot nest,

dat nog alsmaar groter wordt en groter

dat als ze elkaar vasthouden ze de hele wereld als een muizennet omspannen en 

dan zijn er nóg over om door de mazen te kruipen.

‘s nachts als wij slapen piepen ze tussen de muren en op de zolders alles wat ze weten 

en zo dromen we wat we dromen

en houden we ons fatsoen. 

en als we weer wakker zijn,

zijn we bang voor hen en hun woorden

en zij begrijpen niet hoe hun broer God er toch zo ver mee is gekomen.

Als is in de boot gaan zitten

Dan

ik luister m’n leven lang al naar die muizenissen

met ingehouden adem 

tot mijn oren gaan suizen en ik alleen nog spikkels zie

totdat mijn ledematen van me af tintelen

en ik mezelf ‘ns goed moet knijpen 

in mijn borst moet kijken om te zien of ik het ben, die-

tegen Als

ik heb iets binnen

In me

waar jij geen weet van hebt

vanaf mijn eerste dag 

huist er iets in mij

zoals in die vrouw

die, zonder het te weten,

haar onvolgroeide tweelingzuster in haar borst droeg

Ingenesteld

onder het sleutelbeen

zo dicht bij haar hart

als die zuster haar foetige armpjes had gestrekt

had ze het kunnen pakken

als ze niet dood was geweest

die zuster 

die tweelingzuster

die genestelde

dus 

dan ga ik maar

dat je bent gekomen

dat je binnen bent gekomen

omdat ik ga 

zeker

Dan klopt op haar borst

pas maar op

wie weet

komt het naar buiten

Dan maakt een vrolijk dansje en valt dan in de boot, Als houdt haar vast

Dan

ik ben moe

alles om mij heen gaat naar bed naar bed

ik vind mijn evenwicht wel weer

ik slaap als een engel

met schoon geweten

en glad voorhoofd

neem ik afscheid van de muizen

Als begint de Duitse woorden van Elvis’ Wooden heart te zingen:

“Muss i denn, muss i denn

Zum Stadtele hinaus

Stadtele hinaus

Und du, mein Schatz, bleibst hier?

mm mmm mm mm mmm mm mm

mm mm mmm mm mmm mm mm mmmm

Sei mir gut

Sei mir gut

Sei mir wie du wirklich sollst

Wie du wirklich sollst

mm mm mmm mm mm mm mm mmmm”

Als ‘opent’ Dans hart en haalt er een briefje uit.
Ze vouwt het open en leest het.
Ondertussen valt Elvis in.

~ EINDE ~

Wooden heart / Muss i denn
Can’t you see
I love you
Please don’t break my heart in two
That’s not hard to do
‘Cause I don’t have a wooden heart
And if you say goodbye
Then I know that I would cry
Maybe I would die
‘Cause I don’t have a wooden heart
There’s no strings upon this love of mine
It was always you from the start
Treat me nice
Treat me good
Treat me like you really should
‘Cause I’m not made of wood
And I don’t have a wooden heart

Muss i denn, muss i denn
Zum Stadtele hinaus
Stadtele hinaus
Und du, mein Schatz, bleibst hier?

There’s no strings upon this love of mine
It was always you from the start
Sei mir gut
Sei mir gut
Sei mir wie du wirklich sollst
Wie du wirklich sollst
‘Cause I don’t have a wooden heart