De Genestelde

Een nieuwe theatertekst van Marije Idema (01-02-2005)

Op de vloer ligt een rubberboot, onopgeblazen.
Dan geeft het binnenkomende publiek aanwijzingen over waar ze moeten gaan staan of zitten, soms wisselt ze weer mensen om,verschuift ze totdat het voor haar gevoel precies goed staat.

Dan
dus
dan ga ik maar
naar buiten

goeie moed – check
gezond verstand – check
gevoel voor richting – check

handspiegel – check
om te zien of IK het echt ben
met al dat buitenshuis om me heen

horizonkijker – check
vergezicht – check
dwaallicht – check

weg terug -
de weg te-rug
die blijft thuis

als je veel binnen bent zie je de dingen
je zou denken ze wennen
de dingen
maar ze groeien en krimpen
ze verschuiven
of lopen weg
alles is een huis op zichzelf
ook ik
een huis
en vandaag is er een plan in mij
morgen verhuist mijn huis
zonder hebben en houwen
en muis en man
en huid en haar

ergens ben ik overal geweest
ik was op reis stap stap stap
en viel dan rechtop in de stoel in slaap
mijn rug stijf
hoofd van mijn nek gevallen
de zapper op de grond gegleden
maar
mijn kuiten vertelden dat ik was gegaan:
over de brug de berg de wegen

links
nog eens links
rechts
rusten
op een wegwijspaddestoel
en na de reclame door en door
discoverychannel
national nog iets
ontdek-je-plekje
met een druk op de knop van kanaal naar kanaal
over zeeën vol met vissen
vanuit vliegtuig en in vogelvlucht
de grenzen over
en als ver weg mij begint te vervelen
sta ik vlak langs mijn gordijn
en door het grote glas boven mijn vensterbank
vang ik een glimp op van een fiets met hangslot
een hond die vies zijn rug kromt
en een plastic tas die tolt in de wind
en, heel groot ineens, komt er een bus voorbij

Door het raam zien we een schim, het is Als, ze danst

Dan
jíj staat niet op mijn programma
wat doe jij hier?
moet je niet buiten spelen?
kom je op de ramen kloppen?
belletje trekken?
of ben ik soms je lieveling?
je hebt laatst door mijn ruiten naar binnen zitten gluren
ik heb de gordijnen dichtgetrokken
en drukte mijn lijf tegen de muur
mijn hart klopte als een bezetene
het riep me


We horen Als roepen

kijk naar mij !

Dan
ik legde mijn hand erop
en sloeg mij ogen op
ik kon het ik weet niet waar op mijn lichaam leggen
overal klopte het.
mijn hele lijf als een zwerende vinger.

Als
klop klop!
wie is daar?
je harde hart
van vurenhout

laat ’t branden
zwemmen
springen
breken
stilstaan of op hol
of overslaan en overlopen
houdt het vast en maak het open
heb ’t lief dan raakt ‘t vol

Dan tegen Als
als ik ga
dan ga ik alleen
en wat achterblijft
dit huis
leef het uit
steek de fik er in
vier een feest
klim in de gordijnen
kijk eens door het raam naar buiten
in de holle ogen van de voorbijganger die je bent

Als zingt

pak me dan
als je kan
kan me toch niet pakken

Dan is in de weer met de nog onopgeblazen rubberboot
En richt zich duidelijk tot het publiek

Dan
het lijkt me niet meer dan aardig dat ik jullie bedank
bedankt
met name en vooral toch jij, tv
al was je laatst wat doof
jij liet me een buiten zien, zo mooi
jij hield van je kleuren en je sneeuw
en jij bij voorbeeld
stoel
jij hield mij vast
jij trok me naar je toe als mijn vest aan je knopen bleef haken
ik kan beter alleen zijn dan jij
en jij weer beter samen
zorg goed voor klein tafeltje
die heeft nooit begrepen
wat z’n voor -
z’n achterkant is
zoals ik niet echt ken wat ik van binnen ben


zeg bezem
jij dacht natuurlijk
dat ik jou zou gebruiken,hè?
om de rest aan de kant te schuiven
kijk jullie nu ‘ns staan
klaar voor een groepsportret
wachtend
altijd wachten opdat iemand je een plaats geeft
neerzet
ophangt
aanschuift
volstopt

ik heb mijn haar mijn leven lang bewaard
al mijn haar.
vlechten lagen in mijn lade
d’r is me nog wel eens een flinke duit geboden
voor een pruik denk ik
niks ervan
kon er kussentjes mee vullen
maar meestal keek ik er zo af en toe naar
of het de glans nog niet was verloren
of ik het was die daar lag
als je bewaart
maak je nooit iets
niet stuk maar ook niet heel
niets geschapen

Dan gaat plots op haar knieën zitten en begint te bidden.
Als komt binnen.

Als
handjes vouwen ogen sluiten
wat je wenst dat komt naar buiten

Als begint de boot op te pompen en neuriet “Hoofd schouders knieën teen knieën teen” of iets anders (on)toepasselijks.

Dan
ik heb God al eens ontmoet,
hij was als Elvis en ik troostte hem
een jong hart heeft moeite met roem,
al is alles eromheen zo wijs als wat.
zó treurig was ie,
dat hij alleen nog om andermans grapjes kon lachen,
héél zacht.
God was een muisje.
gestorven in een gasfornuis.
gelukkig zijn muizen nooit alleen,
zie je er één dan heb je er honderd
en God kwam uit een groot nest,
dat nog alsmaar groter wordt en groter
dat als ze elkaar vasthouden ze de hele wereld als een muizennet omspannen en dan zijn er nóg over om door de mazen te kruipen.
‘s nachts als wij slapen piepen ze tussen de muren en op de zolders alles wat ze weten
en zo dromen we wat we dromen
en houden we ons fatsoen.
en als we weer wakker zijn,
zijn we bang voor hen en hun woorden
en zij begrijpen niet hoe hun broer God er toch zo ver mee is gekomen.

Als is in de boot gaan zitten

Dan
ik luister m’n leven lang al naar die muizenissen
met ingehouden adem
tot mijn oren gaan suizen en ik alleen nog spikkels zie
totdat mijn ledematen van me af tintelen
en ik mezelf ‘ns goed moet knijpen
in mijn borst moet kijken om te zien of ik het ben, die-

tegen Als

ik heb iets binnen
In me
waar jij geen weet van hebt
vanaf mijn eerste dag
huist er iets in mij
zoals in die vrouw
die, zonder het te weten,
haar onvolgroeide tweelingzuster in haar borst droeg
Ingenesteld
onder het sleutelbeen
zo dicht bij haar hart
als die zuster haar foetige armpjes had gestrekt
had ze het kunnen pakken

als ze niet dood was geweest
die zuster
die tweelingzuster
die genestelde

dus
dan ga ik maar
dat je bent gekomen
dat je binnen bent gekomen
omdat ik ga
zeker

 

Dan klopt op haar borst

pas maar op
wie weet
komt het naar buiten

Dan maakt een vrolijk dansje en valt dan in de boot, Als houdt haar vast

Dan
ik ben moe
alles om mij heen gaat naar bed naar bed
ik vind mijn evenwicht wel weer
ik slaap als een engel
met schoon geweten
en glad voorhoofd
neem ik afscheid van de muizen

Als begint de Duitse woorden van Elvis’ Wooden heart te zingen:

“Muss i denn, muss i denn
Zum Stadtele hinaus
Stadtele hinaus
Und du, mein Schatz, bleibst hier?

mm mmm mm mm mmm mm mm
mm mm mmm mm mmm mm mm mmmm
Sei mir gut
Sei mir gut
Sei mir wie du wirklich sollst
Wie du wirklich sollst
mm mm mmm mm mm mm mm mmmm”


Als ‘opent’ Dans hart en haalt er een briefje uit.
Ze vouwt het open en leest het.
Ondertussen valt Elvis in.

~ EINDE ~

Wooden heart / Muss i denn
Can't you see
I love you
Please don't break my heart in two
That's not hard to do
'Cause I don't have a wooden heart
And if you say goodbye
Then I know that I would cry
Maybe I would die
'Cause I don't have a wooden heart
There's no strings upon this love of mine
It was always you from the start
Treat me nice
Treat me good
Treat me like you really should
'Cause I'm not made of wood
And I don't have a wooden heart

Muss i denn, muss i denn
Zum Stadtele hinaus
Stadtele hinaus
Und du, mein Schatz, bleibst hier?

There's no strings upon this love of mine
It was always you from the start
Sei mir gut
Sei mir gut
Sei mir wie du wirklich sollst
Wie du wirklich sollst
'Cause I don't have a wooden heart

 

©deezs
desireevanderheijden@tele2.nl